Foto uit 2012

Ik was bang. Het leger stond me op te wachten.  Voor het eerst in 17 000 kilometer bedacht ik dat de verkeerde plek en het verkeerde moment ook voor een blonde met kever bedoeld  konden zijn. Ik rijd nooit ’s nachts, alleen nu kon ik niet anders. De gemeente Nochistlán had me uitgenodigd om het luchtballonnenfestival bij te wonen, maar maakte het benzinegeld laat in de middag over.  Daarom reed ik nu over verraderlijke landwegen  naar een dorpje dat de titel ‘Magisch’ mag dragen, sinds 2012.

Ik slingerde. De afslag was niet goed zichtbaar en voor het tankstation stonden twee busjes geparkeerd. Fel licht verblindde het zicht. De zaklamp van een militair maande me tot stoppen.  Dat maakte ik althans op uit zijn manische gebaren.  ‘Waar ga je heen?!’ vroeg hij onvriendelijk, terwijl zijn dreigende knijpkat van mijn gezicht naar de achterbank bewoog. ‘Naar het hotel in Nochistlán, waar mijn vrienden me al verwachten. Ik heb ze juist gebeld en ik ben uitgenodigd door de gemeente’. Na zeven maanden ken ik de procedures bij politiecontroles inmiddels goed. Elf keer mocht ik zonder problemen of boete doorrijden, al dan niet na een verkeersovertreding. Omdat ik De blonde met de kever ben. Omdat ik beter Spaans spreek dan de politie verkeersregels kent.

Maar dit was anders. Dit was het moment van de dag waarop NU.nl gevoed wordt voor populaire berichtgeving over Mexico. Het leger heeft  vrij spel en staat boven gemeente, statelijke en federale politie. Eventuele incidenten waarbij militairen in overtreding zijn worden vakkundig in de doofpot gestopt. Ondanks de goede wil van het overgrote deel van het Mexicaanse leger wil ik er dus niets mee te maken hebben. Nog minder doe ik dat om vijf minuten voor twaalf, in onbekend gebied waar het telefoonsignaal gering is. ‘Uitstappen!’ sommeerde mijn licht in de duisternis.

In plaats van verstijven bleef ik kalm en gaf de militair een hand: ‘Ik ben Dirk Lotgerink, Nederlandse journalist en in deze fantastische auto rijd ik al zeven maanden door het land dat me alles heeft gegeven.  Ik heb filmpjes op Youtube, maak foto’s voor Instagram en publiceer veel op Facebook’. ‘Ik was net nog live op Facebook om mensen uit te nodigen voor het festival en om te zeggen dat ik er aan kom’, loog ik uit bestwil. Hoewel mijn verhaal rustig werd aangehoord werkte de komst van een vijfde geweer niet sfeer bevorderend. Zijn bivakmuts zelfs beangstigend: ‘ID-bewijs!’ Ik gaf hem mijn roze rijbewijs: ‘Lotgerink, waar kom je vandaan?!’ En weer herhaalde ik mijn verhaal, terwijl ik niet kon laten hem te corrigeren: Dat is mijn achternaam, ik heet Dirk Jan Hendrik, maar zeg maar gewoon ‘El Güero del Vocho, want zo kent iedereen mij in Mexico’.

Of het hem overtuigde weet ik niet. Ik moest de kofferbak openen en besefte dat het lang begon te duren.  Vijf militairen die de perimeter beschermden en Rocinante omsingelden voelde behoorlijk intimiderend: ‘Geen probleem, ik hoop alleen wel door te mogen rijden want ik heb er alweer 9 uur op zitten en wil graag slapen’. Dat die laatste zin me nog de stuipen op het lijf zou jagen wist ik toen nog niet. Een korte inspectie van mijn rommelige kofferbak was vervolgens voldoende: ‘laat maar gaan’ zei hij, terwijl hij met een klap de kofferbak dicht probeerde te gooien. Probeerde, want mijn kevertje laat zich niet zo slecht behandelen: ‘Met liefde, mijnheer, de kever moet met liefde behandeld worden. U bent zeker vrijgezel?’ durfde ik op te merken. Gelach bij zijn kameraden. ‘Hij heeft wel gelijk!’ bevestigde de zaklampman.

Een half uur later kwam ik aan op mijn bestemming. Op straat een groepje dronken jongeren. Aan de bar van het hotel een stel jongeren dat amper uit de ogen kon kijken. Ik deed wat iedere gezonde man van 32 na tien uur rijden zou doen: ‘Één bier graag’.

Dat ik later spoken zou gaan zien en mijn gesprek met de militairen een staartje kreeg, wist ik pas toen ik me op hetzelfde niveau begon te bewegen als mijn laveloze drinkebroers.